Uw huisdier en wormen

Geplaatst op

Onze kat had ter grote van een rijstkorrel een witachtig segment aan haar achterwerk hangen, een lintworm. Zij vangt veel muizen en vogels en daarom is ze erg gevoelig voor een worminfectie. Worminfecties komen bij de hond en de kat nog steeds zeer veel voor. Wat mee speelt is dat diereigenaren snel willen besparen op ontwormingsmiddelen voor hun huisdier. Als een dierenarts in de praktijk aan diereigenaren vraagt of ze een ontwormingskuur nodig hebben voor hun hond of kat, geven ze vaak als antwoord dat dit niet nodig is. Ze hebben de parasieten immers niet in de ontlasting gezien.

In Nederland komen spoelwormen echter bij 5 tot 10% van de honden en katten in de darmen voor. Deze leven in het lichaam van de hond en nemen daar voedingsstoffen op die de hond zelf nodig heeft of verstoren er lichaamsfuncties. Ze zijn daardoor schadelijk voor de gezondheid van het huisdier. Bovendien zijn ze besmettelijk voor mensen! Op grond van bloedonderzoek is gebleken dat 8% van de Nederlanders ooit een infectie heeft doorgemaakt.

De spoelworm

De meest voorkomende wormsoorten bij de hond en de kat zijn de spoelworm en de lintworm. Spoelwormen kunnen van enkele centimeters tot wel achttien centimeter lang worden. Als de wormen ingedroogd zijn, zien ze eruit als opgerolde elastiekjes. Je ziet de wormen vrijwel nooit in de ontlasting, maar soms wel in het braaksel. Daarom is het voor u als eigenaar moeilijk te zien of uw dier besmet is met spoelwormen. Ook de eitjes – ongeveer 200.000 eitjes per worm, per dag – zijn met het blote oog niet waarneembaar. Een met enkele wormen geïnfecteerd dier scheidt dan ook al gauw een miljoen eieren per dag uit. Dat is niet mis! Spoelwormeitjes kunnen daarom overal in onze omgeving zijn, zowel binnen als buiten. Ze kunnen jaren in leven blijven en zijn bestand tegen extreme omstandigheden zoals strenge vorst en ontsmettingsmiddelen. Vandaar dat het erg belangrijk is om voor een goede wormenbestrijding te zorgen. De Europese richtlijnen adviseren ons om 6 x per jaar onze huisdieren te ontwormen.

De hond of kat kan zich besmetten door de spoelwormeitjes uit de omgeving via de ontlasting van besmette dieren op te nemen. Katten (en honden) kunnen ook nog besmet worden door het opeten van een tussengastheer, zoals muizen. Pups kunnen in de baarmoeder al besmet raken en zowel pups als kittens kunnen zich via de moedermelk infecteren. Bij pups en kittens valt bij een besmetting op dat de diertjes slecht groeien, mager zijn, maar wel een dikke buik hebben. Ze hebben soms last van diarree en gasvorming. Ook kan het aanleiding geven tot maagdarmkrampen. Bij volwassen honden en katten merkt u meestal weinig van een spoelworminfectie. Soms is er sprake van wat dunne ontlasting en zijn ze niet optimaal in (vacht) conditie.

Ook de mens kan zich met deze eitjes besmetten. Vooral kinderen lopen gevaar bij contact met besmette grond  uit bijvoorbeeld een zandbak. Na opname van de eitjes komen larfjes vrij die een trektocht door het lichaam maken. Ze veroorzaken overal waar ze in het lichaam vastlopen kleine ontstekingen. Ook is uit recent onderzoek gebleken dat allergische reacties bij kinderen met een aanleg voor astma door een spoelworminfectie versterkt kunnen worden.

Ontwormen

Gelukkig kan een spoelworminfectie bij de hond en de kat vrij gemakkelijk bestreden worden. Ontworm uw volwassen hond of kat het liefst minimaal 4x per jaar. Dus 1x per jaar bij de vaccinatie is écht te weinig. Vrijwel 100% van de in Nederland geboren honden komt met een spoelworm-infectie ter wereld. Pups en kittens moeten vaak ontwormd worden omdat ze via de melk of zelfs al voor de geboorte geïnfecteerd kunnen worden. Bij puppies van twee weken oud kunnen we al volwassen spoelwormen aantreffen. Wij adviseren daarom altijd in de praktijk om ze op een leeftijd van 2, 4, 6 en 8 weken en daarna maandelijks – totdat ze 6 maanden oud zijn – te ontwormen. Bij een dierenarts kunt u nieuwere middelen krijgen dan bij een dierenwinkel. Deze hebben over het algemeen een betere werkzaamheid of een makkelijkere of kortere toedieningsvorm.
Zorg als eigenaar van een viervoeter dat u niet onnodig met de ontlasting van uw huisdier in aanraking komt. Voor hond en kat geldt: verwijder de ontlasting die aan de haren kleeft rond de anus. Reinig regelmatig de ligplaatsen van hond of kat. Laat huisdieren niet uit op kinderspeelplaatsen en ruim de ontlasting van uw dier direct op (schepje, zakje)!

Voor de kat geldt: verschoon dagelijks de kattenbak. Dek de zandbak af, zodat katten daar hun behoefte niet in kunnen doen.

De Lintworm

Ook de lintworm leeft in de dunne darm. Lintwormen kunnen van enkel centimeters tot meer dan één meter lang worden. De lintworm bestaat uit een kop, met daarachter een groot aantal segmenten die gevuld zijn met eitjes. De achterste segmenten laten los als ze rijp zijn en kunnen zelfstandig uit de anus kruipen. Ze kunnen zichtbaar zijn in de ontlasting of in de haren rond de anus. Als ze opgedroogd zijn zien ze er uit als rijstkorreltjes. In tegenstelling tot de spoelworm kunt u als eigenaar een besmetting met lintworm dus wél zelf vaststellen.

Honden en katten worden besmet door het opeten van een tussengastheer die besmet is met in het spierweefsel ingekapselde lintwormen. Deze tussengastheren zijn bv. vlooien, muizen, konijnen, runderen, varkens (rauw vlees!). Vervolgens groeien de lintwormen afhankelijk van de soort uit tot wormen van een paar centimeter tot een paar meter. Honden en katten hebben zelf meestal weinig last van lintwormen. Soms treedt er wat irritatie op in de huid rond de anus door gekriebel van wormen. Ook kinderen kunnen zich door het opeten van een vlo met deze lintworm besmetten. Dit heeft verder, in tegenstelling tot de spoelworm, geen nadelige gevolgen. Indien een besmetting is aangetoond dan dient de behandeling na 2 weken te worden herhaald. Verder is het van belang goed vlooien te bestrijden.

Andere wormen, zoals hart- en haakwormen

Als dieren mee naar het buitenland gaan is preventie nog veel belangrijker omdat ze in warmere landen (o.a. Frankrijk, Spanje, Italië) wormen kunnen oplopen die veel ernstiger zijn: hartwormen, haakwormen. Maar deze wormsoorten komen ook steeds meer voor bij dieren die niet naar het buitenland zijn geweest, omdat ons klimaat verandert en steeds warmer wordt.

Als u wormen ziet, behandel het dier dan nogmaals, met 2 weken tussentijd. Denk eraan dat u alle aanwezige honden en katten tegelijk behandelt. Dit is ook in het belang van uzelf!