We zijn net een spreekuur aan het afronden, als een bezorgde mevrouw belt over haar Main Coon: Miep. De kat is sinds vandaag benauwd, ligt veel en is veel slomer. Graag zou ze nog even langs willen komen. Natuurlijk is dat geen probleem.
Zodra de kat op tafel staat , zie ik een - voor een Main Coon - magere kat die niet zo heel mooi in haar vacht zit. De snelle ademhaling valt mee. De slijmvliezen zien er mooi roze uit en hart en longen klinken goed. De temperatuur is wat aan de lage kant met 37.7 °C. Bij het afvoelen van de buik voel ik twee sterk vergrote, harde nieren en ik vermoed dat daar het probleem ligt. Ik stel mevrouw voor om bloed af te nemen bij Miep om dit nader te onderzoeken. Het bloedapparaat wordt gauw aangezet om op te warmen en in de tussentijd neem ik een buisje bloed af vanuit het bloedvat in de hals. Het duurt 10 lange minuten voor de uitslag komt en die is niet best. Miep heeft een zeer ernstig nierprobleem. De afvalstoffen in het bloed zijn torenhoog. Bij dit bericht zie ik de eigenaresse verschrikt kijken en wordt een traan weggepinkt. Heel begrijpelijk, zulk slecht nieuws slaat ook in als een bom.
Miep schijnt altijd al ‘dun’ te zijn geweest. Wellicht had zij dus al veel langer last van haar nieren, maar heeft het lang geduurd voor bemerkt werd dat er echt iets mis was. Dat is bij nierfalen helaas vaak zo, als je het merkt ben je eigenlijk al te laat, omdat de nieren een hele grote overcapaciteit hebben. De prognose is slecht, maar ondanks dat kiest haar bazin er toch voor Miep te laten behandelen. Ze kan niet direct besluiten de poes in te laten slapen. Miep is namelijk verder tot nu toe nog zo goed in haar doen geweest. Eigenlijk is ze vandaag pas een beetje ingestort. De Main Coon krijgt vocht onder de huid, antibiotica tegen een nierbekkenontsteking en een prikje tegen de misselijkheid. Dit zullen we een aantal dagen volhouden. Normaliter geven we ook een nierdieet mee. Meevrouw heeft dit al in huis. Maar op dit moment is het belangrijker dat de kat eet, ongeacht wat.
De volgende middag komt Miep weer voor haar behandeling, ze heeft wat gegeten en mauwt er lustig op los. Het lijkt alsof ze zicht iets beter voelt. Mevrouw geeft aan dat, nu ze zo de verschijnselen ziet, ze vermoed dat één van haar andere katten ook een nierpatiënt is. Ik raad haar aan die ook eens mee te nemen om bloedonderzoek te doen. Als Miep de derde dag net voor het spreekuur voor behandeling komt voelt ze zich echt slecht. Haar temperatuur is gezakt naar 37.3 °C en dit vind ik een slecht teken. Ik geef haar bazin aan dat het lijkt alsof ze het toch aan het opgeven is en dat ze zich er op moet voorbereiden dat we haar waarschijnlijk echt beter kunnen laten gaan. Als de volgende dag mevrouw niet op de afspraak komt, maar belt, begrijp ik dat de beslissing is genomen. Miep kruipt steeds weg, eet niet, heeft veel gebraakt en is ook van de trap gevallen die dag. Na het spreekuur komen ze en geef ik de Main Coon een prikje waarna ze heel snel en vredig inslaapt. Miep wordt mee naar huis genomen waar ze een mooi plekje in de tuin krijgt.
Als Farao, de huisgenoot van Miep, de week erna op het spreekuur komt voor haar niercheck houdt haar bazinnetje de adem in. Deze kat had dezelfde verschijnselen. Met deze check-up hoopt ze er sneller bij te zijn als Farao ook nierproblemen heeft. Na een spannende 10 minuten mag ik het verlossende woord brengen: alles is goed! Ik had geen blijere mevrouw naast me kunnen hebben staan. Opgelucht geeft ze me een tik op de schouder.